Verbeelden
Een blad kun je gebruiken als: nr. 1 - een boot. - Lente
Een blad kun je gebruiken als: nr. 17 - een parasol. - Zomer
Een blad kun je gebruiken als: nr. 62 - een paraplu. - Herfst
Een blad kun je gebruiken als: nr. 111 - een slee. - Winter
Uit: Grote Panda & Kleine Draak, James Norbury

Witruimte
een verhaal voor kleuters



P1-2
Ken je dat? Die ene middag dat er niets te doen is.
Dat je je verveelt.
Dat je honderd, zelfs duizend keer vraagt: wat gaan we doen?
Dat je denkt, ik val dood van saaiheid.
Dat je met je hoofd naar beneden in de zetel hangt in de hoop dat je iets kan verzinnen om je mee bezig te houden.
P3-4
Grote mensen hebben daar geen last van. Die weten altijd wat doen.
Het eten klaarmaken, de was opplooien, naar de winkel gaan, het gras afdoen, naar oma en opa gaan, nog iets afmaken voor het werk, iets gaan drinken zonder ons, huiswerk nakijken, de badkamer poetsen, gaan lopen of padellen of klimmen of fitnessen, nog iets anders afmaken voor het werk, naar de dokter gaan, gaan wandelen.
Ze hebben altijd tijd te kort en roepen: ‘had ik maar eens een luie middag vrij, ik zou wel weten wat doen!’.
P5-6
Mijn mama haar nieuwe favoriete woord is ‘WITRUIMTE’.
Ze roept te pas (en te onpas): “mijn woord van het jaar is WITRUIMTE”
Ik snap er niets van. Ze heeft net de hele woonkamer opnieuw geschilderd in vrolijke kleuren en nu wil ze opnieuw een witte ruimte? Papa zegt altijd dat mama een nieuw project nodig heeft. Maar kan ze niets anders verzinnen dan terug schilderen?
P7-8
“Mama, kunnen we niet beter een hond nemen? Of we bouwen een boomhut in de tuin? Misschien kunnen we elke week samen gaan zwemmen? Of zullen we nog eens naar zee gaan met de fiets? Dan moeten we de woonkamer niet opnieuw wit schilderen.”
Mama kijkt me verward aan. “Waarom zouden we de woonkamer opnieuw wit schilderen?”
Nu kijk ik verward terug. “Jij wil toch een witte ruimte?”
P9-10
Mama fronst en begint dan te lachen. “Ik snap het. Nu jij nog.“ En ze grinnikt nog een beetje. Ze neemt een groot wit blad uit de kast en een hoop wasco’s waarmee ze een hoop lijnen en krullen en lussen op begint te tekenen. “Kom,” zegt ze. “doe mee”. Nu snap ik er helemaal niets meer van, maar het ziet er wel leuk uit, dus ik doe graag mee. “Teken het hele blad maar vol”. En dat doen we.
P11-12
Als het blad helemaal vol getekend is, legt ze haar wasco neer. Ik leg de mijne ook neer.
“Kijk eens goed naar het blad? Wat zie je?”
“Een heel blad dat volgekleurd is met blauw en geel en groen en zwart en veel lijnen en cirkels en kronkels. Het is heel erg vol en heel fel en heel druk”.
“Klopt zegt mama, zo voelt mijn leven ook. Heel druk en veel en vol. Soms wordt mijn hoofd daar heel erg moe van, van al die drukte. Maar kijk hier eens?” Mama neemt een pen en tekent kleine cirkels op plekken waar het wit van het blad nog komt piepen. Zo komen er allemaal witte cirkeltjes tevoorschijn. “Dat is witruimte”, zegt mama.
P13-14
“Witruimte is daar waar het blad niet volgetekend is. Met die plekjes kan je nog iets doen. Je kan het nog opvullen met een andere kleur, je kan er kleine cirkeltjes in maken, je kan er een smiley in tekenen of je kan het gewoon leeg laten. Wat zou jij ermee doen?”
Ik denk even na. Ik weet het niet zo goed. Er kan nog zoveel met die witte vlekjes. Maar de tekening is ook al zo vol. Wil ik er dan nog wat extra inzetten? “Ik weet het niet”, antwoord ik.
P15-16
Mama legt het me verder uit. Soms voelt mijn leven zoals deze drukke, felle tekening. En wil ik eigenlijk een tekening met meer witte vlekjes of grotere witte vlekjes. Meer ruimte waar ik nog kan kiezen wat ik ermee doe, ruimte die niet op voorhand is volgepland, maar dat ik op het moment zelf nog kan beslissen wat ik ermee doe.
P17-18
“Maar dat is toch saai!”, roep ik. “Dan verveel je je keihard.” Mama lacht opnieuw. “Hoe was je dag gisteren?”. Ik snap niet goed wat het ermee te maken had, maar ik had echt een topdag. We waren gewoon thuis, maar ik had met papa en zus een heel kamp gemaakt onder de keukentafel met een hoop kussens en wat lakens. We hadden met de kussens en de dekens uit de zetel een zithoek en een bed geïnstalleerd. En we maakten een “buitenkeuken” naast de tafel, want dan stootten we ons hoofd niet telkens tegen de onderkant van de tafel als we aan het koken waren. We mochten er zelf onze boterhammen maken en onder de tafel opeten. En daarna keken we in onze zithoek nog een film. Mama en papa kwamen er ook bijliggen. Het was echt een topdag.
P19-20
Mama kijkt me aan. “Weet je nog hoe de middag is begonnen? Je lag ondersteboven in de zetel. Je was je keihard aan het vervelen. Je vroeg de hele tijd “wat gaan we doen!” tot je gestart bent met een kussengevecht met je zus, de kussens onder de tafel belandden en papa die net de lakens aan het opplooien was , een laken over de tafel zwierde.”
“Dat doet witruimte. Het geeft je tijd om iets te doen wat je op voorhand nog niet bedacht. Iets waar je blij van wordt en je hoofd even niet moet nadenken wat je moet doen.”
P21-22
Toen snapte ik het. Soms heb je gewoon witruimte nodig. Een leeg hoofd, je eventjes vervelen, om dan weer keiveel nieuwe dingen te kunnen verzinnen om te doen. Dingen die je nog nooit hebt gedaan en die je blij maken.
Ik loop naar de maandkalender op de kast. “Kom mama, ik zie witruimte! Wat gaan we ermee doen?
P23-24
(Een wit blad – Wat wil jij hiermee doen?)
Lies Lambert
2026
Kiem voor een nieuw prentenboek.


